Btw

Nieuws

De specifieke btw-situatie voor lokale besturen is niet altijd zo eenvoudig. Hieronder brengen we de belangrijkste recente wijzigingen samen.

  • Meer uitleg over toepassing 6% btw voor onderwijs

    Op 18 januari 2018 publiceerde de FOD Financiën een circulaire met meer uitleg over de concrete toepassing van de 6% btw-regel voor investeringen in onderwijs, bv. in combinatie met kinderopvang.

  • Nieuwe lijst met veel gestelde btw-vragen en -antwoorden
    Op 22 december 2017 publiceerde de FOD Financiën een aangepaste lijst met concrete vragen en antwoorden over de toepassing van de btw-regels in en door lokale besturen. Nieuw is bv. het feit dat de samenwerking tussen gemeente en OCMW (bv. via het aan elkaar leveren van diensten) niet als een belastbare handeling wordt beschouwd.
  • Wijzigingen aan de regels voor kostendelende verenigingen
    Recent werden de bepalingen in het Btw-Wetboek over zelfstandige groeperingen (ook kostendelende verenigingen genoemd) gewijzigd. De omzendbrief AAFisc Nr. 31/2016 (nr. E.T.127.540) dd. 12.12.2016  verduidelijkt de nieuwe regels.
  • Waar bij de FOD Financiën kunnen lokale besturen terecht voor btw-vragen?

De VVSG kreeg van de FOD Financiën de bevestiging dat gemeenten, OCMW's, politiezones, hulpverleningszones, autonome gemeentebedrijven en OCMW-verenigingen, ongeacht hun personeelsaantal, bij de KMO-diensten terecht kunnen. Voor de intercommunales is dat alleen het geval als ze geen grote onderneming zijn.  Ook het OCMW en het Zorgbedrijf van Antwerpen zijn voor de fiscus grote ondernemingen.

Meer uitleg over de KMO-diensten. (gegevens op kaart)

Meer uitleg over de dienst grote ondernemingen.

  • Vanaf 1.1.2017 nieuwe 'cafetariaregeling'
    Vanaf 1 januari 2017 wordt een nieuw systeem van kracht om te beoordelen of het cafetaria of restaurant bij bv. een museum of woonzorgcentrum al dan niet btw-plichtig is. Dat blijkt uit de beslissing van 12 september 2016.

  • Presentatie infosessies 'Btw en lokale besturen'
    In de loop van het voorjaar van 2016 organiseerde de VVSG samen met de FOD Financiën een reeks informatiesessies over de toepassing van de btw-regels voor lokale besturen. De gebruikte presentatie vindt u hier.

  • Circulaire voor btw-regels voor overheden
    De al lang aangekondigde circulaire met uitleg over de btw-regels die overheden moeten naleven, is beschikbaar (circulaire - bijlage). Zeker voor lokale besturen, die meer dan andere overheden tegen betaling diensten leveren aan burgers, verenigingen en bedrijven, is dit een belangrijk document. De rondzendbrief legt de algemene regels uit (een overheid is in principe niet btw-plichtig​, wat betekent dat ze geen btw aanrekent op de aangerekende bedragen maar ook geen btw op inkomende facturen kan recupereren), maar daarop zijn nogal wat uitzonderingen, bv. wanneer er concurrentieverstoring dreigt. Verder zijn er de specifieke gevallen zoals de invoer van goederen of diensten uit het buitenland of de werken aan eigen gebouwen met eigen personeel.

    Intussen werd de circulaire aangevuld met een lijst met heel concrete gevallen en voorbeelden. Verder nam de FOD Financiën ook een specifiek standpunt in over de btw-behandeling van de detachering van personeel.
    De bepalingen van de btw-circulaire worden op 1 juli 2016 van kracht

  • Btw voor werken aan schoolgebouwen naar 6%
    Vanaf 2016 geldt een btw-percentage van 6% op werken aan schoolgebouwen. Het KB hierover verscheen op 15 december in het Belgisch Staatsblad. Het gaat niet alleen om nieuwbouw en verbouwingen, maar ook om andere 'werken in onroerende staat', zoals bv. aanpassingen aan de elektriciteit, loodgieterij, schilderwerken, enz. Alleen puur poetswerk blijft onderworpen aan 21% btw.

    Het nieuwe percentage geldt bovendien niet alleen voor de school zelf, maar ook voor werken aan de speelplaats, de sportterreinen, de fietsenstalling, enz. Bovendien geniet niet alleen het leerplichtonderwijs de verlaging naar 6% maar ook het deeltijds kunstonderwijs. (meer uitleg in deze beslissing)

    Deze beslissing van de federale regering is een onderdeel van de zogenaamde taxshift. Hij heeft tot doel overheidsinvesteringen in onderwijs te stimuleren. De VVSG juicht deze maatregel toe, maar waarschuwt de besturen meteen ook voor het feit dat deze beslissing mogelijk in strijd is met de Europese Richtlijn. Ook de Raad van State heeft dit in zijn advies opgemerkt. De vraag rijst dus of en wanneer de Europese Commissie hiertegen zal optreden.

  • Vermijd btw-fouten bij werken in onroerende staat
    Btw-plichtige lokale besturen moeten bij werken in onroerende staat (wegenwerken, optrekken van een gebouw, schilderwerken, …) aan de aannemer een factuur zonder vermelding van de btw vragen, ook al gaat het om werken die niets te maken hebben met de btw-plichtige activiteit. 

    Volgens de btw-administratie loopt het hier geregeld fout, en werken de besturen ten onrechte niet met die btw-verlegging. De btw op die werken blijft natuurlijk wel verschuldigd, maar dan via de maandelijkse of trimestriële btw-aangifte.

    Hierin moeten de gemeenten en OCMW’s dan weer wel een onderscheid maken naargelang de btw al dan niet met een btw-plichtige activiteit te maken heeft, meteen een tweede plek waar geregeld vergissingen gebeuren.

    De FOD-Financiën heeft een en ander samengevat in een brief van 3 april 2014 aan de VVSG, met de vraag die te verspreiden bij de Vlaamse lokale besturen.

  • Nieuwe btw-aangifteregels vanaf 1 juli 2012 voor werken in onroerende staat

    Btw-plichtige gemeenten en OCMW’s moeten vanaf 1 juli zelf de btw voldoen op de werken in onroerende staat. Dat blijkt uit een recente beslissing van de Btw-administratie. 

    Een bestuur dat btw-plichtig is, moet maandelijks of trimestrieel een btw-aangifte indienen. Daarin komt enerzijds de btw die het bestuur heeft betaald (en al dan niet gedeeltelijk kan worden teruggevorderd), en anderzijds de btw die het bestuur heeft aangerekend en dus moet doorstorten. Voor werken in onroerende staat bestaat er al lang een bijzondere regeling. Een aannemer van dergelijk werken stuurt aan zijn btw-plichtige klanten geen factuur inclusief btw, maar exclusief btw. De klant moet die btw dan zelf doorstorten aan de fiscus, maar kan die anderzijds ook meestal geheel of gedeeltelijk recupereren omdat de btw betrekking heeft op een btw-plichtige activiteit. Met die ‘verlegging van heffing’ wil men misbruiken in de bouwsector vermijden, waarbij aannemers wel btw ontvangen van hun klanten maar die nooit doorstorten.

    Voor lokale besturen ging men er tot nu toe van uit dat de verlegging van heffing alleen gold voor werken in onroerende staat die te maken hadden met een btw-plichtige activiteit van het bestuur. De factuur voor het herstel van het dak van het gemeentehuis bleef gewoon van de aannemer komen met 21% btw erbovenop. De Btw-administratie heeft in een beslissing van 20 maart 2012 bevestigd dat de verlegging van heffing geldt voor alle werken in onroerende staat die gefactureerd worden aan btw-plichtigen, ook al heeft het betrokken werk met de btw-plicht niets te maken. De regeling gaat in vanaf 1 juli. 
    Voor werken die al voor 1 juli 2012 zijn gestart en nog na die datum doorlopen rijst de vraag of de aannemers gedurende de facturatieperiode de wijze van btw-aanrekening (eerst met, nadien zonder) moeten wijzigen. De Btw-administratie gaf hierover op 2 oktober 2012 het volgende antwoord aan de VVSG: 'Aangezien bepaalde belastingplichtigen nog niet de nodige afspraken met de aannemers hebben gemaakt of zich organisatorisch nog niet in orde hebben gesteld, zal de Administratie bij wijze van overgang evenwel geen kritiek uitoefenen indien na 30 juni 2012 facturen voor werken in onroerende staat zouden ontvangen worden waarop de verlegging van heffing ten onrechte niet werd toegepast. Voorwaarde is evenwel dat de afnemer van de diensten, in geval van een eventuele btw-controle, zou moeten kunnen aantonen dat de aannemer de aangerekende btw aan de schatkist heeft voldaan. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een verklaring door de aannemer daaromtrent. Opgemerkt wordt dat deze periode van overgang absoluut zo kort mogelijk moet gehouden worden.'
    In hetzelfde antwoord bevestigde de administratie trouwens dat ook wegenwerken als werken in onroerende staat moeten worden beschouwd, hoewel ze niet expliciet voorkomen in de opsomming van KB nr. 1.

  • Verlaagd btw-tarief (12%) op doorgangswoningen
    OCMW-Berlare vroeg de FOD Financiën naar het toepasbare btw-tarief op doorgangswoningen voor de dag- en nachtopvang van thuislozen die in opdracht van het OCMW worden gebouwd door een sociale bouwmaatschappij. Het probleem was dat het OCMW hiervoor niet echt een erkenning hebben (zoals de CAW's), maar die taak uitvoeren in toepassing van de bepalingen van de OCMW-wet.
    De FOD Financiën antwoordde in een mail van 25 februari 2011 dat hierop het btw-tarief van 12% van toepassing is.

  • Btw-ruling voor DBFM(O) voor sportinfrastructuur
    Vlaanderen ondersteunt onder bepaalde voorwaarden de versnelde bouw van sportinfrastructuur. Gemeenten moeten verplicht werken met een zogenaamde DBFM(O)-overeenkomst, een contract met publiek-private samenwerking waarbij de private speler instaat voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance), het onderhoud (Maintain) en eventueel de exploitatie (Operate) van het complex. De gemeente betaalt dan gedurende de looptijd van de overeenkomst een zogenaamde beschikbaarheidsvergoeding aan de private partij en krijgt een deel van die vergoeding gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Over de btw-gevolgen van deze operatie, sloot de Vlaamse overheid in 2010 een kaderruling af. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij Sven Meert van de Vlaamse overheid (02-553 69 61 of sven.meert@cjsm.vlaanderen.be).

Publicaties