Gemeenteraad

Auteur

Gepubliceerd op 20-04-2019

Bij de start van de nieuwe gemeentelijke bestuursperiode moeten bepaalde besluiten, aanstellingen, reglementen en overeenkomsten worden hernomen. Welke beslissingen zijn verplicht, en welke niet? Bekijk de lijst hieronder.​​​

Waarover opnieuw beslissen?

  • het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad moet door de raad bij aanvang van de zittingsperiode opnieuw worden aangenomen (artikel 38 DLB); idem voor de OCMW-raad (art. 76 Decreet Lokaal Bestuur - DLB); idem voor de districtsraad (art. 127 DLB);
  • het huishoudelijk reglement van het college: het college stelt dat bij aanvang van de zittingsperiode vast (art 54 DLB); idem voor het vast bureau (art. 83 DLB); idem voor het districtscollege (art. 129 DLB);
  • het Bijzonder comité voor de Sociale Dienst neemt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aan waarin minstens een aantal wettelijke bepalingen wordt opgenomen (art. 111 DLB);
  • ten minste na iedere volledige vernieuwing van de gemeenteraad sluit de algemeen directeur een afsprakennota 'algemeen directeur-college', 'algemeen directeur-burgemeester', 'algemeen directeur-vast bureau', 'algemeen directeur-voorzitter vast bureau', 'algemeen directeur-bijzonder comité voor de sociale dienst', 'algemeen directeur-voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst' (artikel 171 §2);
  • verplicht evaluatieverslag op te stellen over de uitvoering van de beheers- of samenwerkingsovereenkomst van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap (EVA) met de gemeente in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad (art. 227 DLB);
  • de beheersovereenkomst gemeente-autonoom gemeentebedrijf vervalt uiterlijk zes maand na installatie van de nieuwe gemeenteraad, onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding van de overeenkomst (artikel 234 §3 DLB);
  • opnieuw aanstellen van vertegenwoordigers inde  raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf (artikel 235 §2);
  • opnieuw aanstellen van gemeentelijke vertegenwoordigers in privaatrechtelijke gemeentelijke EVA's want de mandaten vervallen automatisch door de vernieuwing van de gemeenteraad (artikel 246 §3);
  • Voor het einde van het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan voor de gemeente en voor het OCMW vastgesteld (art. 143 en art. 254 DLB);
  • Het meerjarenplan wordt jaarlijks aangepast (art. 143 en art. 257 §1 DLB); de overdrachten worden jaarlijks vastgesteld door het college resp. het vast bureau (art. 143 en art. 258 DLB)
  • Jaarlijkse opmaak jaarrekening gemeente en OCMW (art. 260 DLB);
  • Kwartaalrapportering gemeente en OCMW aan Vlaamse regering (art. 264 DLB);
  • Opnieuw aanduiden van vertegenwoordigers in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden:
  • Leden beheerscomité interlokale verenigingen (art. 395 §1);
  • Leden raad van bestuur projectverenigingen (art. 404);
  • Leden algemene vergadering dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen (art 432);
  • Voordracht mogelijk lid raad van bestuur dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen (art. 434);
  • verplicht evaluatieverslag van de welzijnsvereniging op te stellen in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de OCMW-raad, met o.m. een evaluatie van de verzelfstandiging. Vervolgens spreekt de OCMW-raad zich binnen drie maanden erover uit (art. 492 DLB).

Waarover hoef je niet opnieuw te beslissen? (niet-exhaustieve lijst)

Voor geen enkele van de beslissingen hieronder bepaalt het Decreet Lokaal Bestuur – of enige andere wetgeving – dat ze automatisch vervalt na de installatie van de nieuwe raad, het nieuwe college, het vast bureau of het bijzonder comité voor de sociale dienst. Evenmin is de regel dat deze beslissingen door de nieuwe organen verplicht moeten worden herbevestigd. Uiteraard kan/mag het bevoegde orgaan dat wel doen:

  • de deontologische code: niet verplicht te hernemen beslissing (artikel 39 - gemeenteraad , art. 55 - schepencollege, art. 74 – OCMW-raad,  art. 83 – vast bureau, art. 112 bijzonder comité voor de sociale dienst, art. 127 – leden districtsraad, art. 131 – schepenen districtscollege, art. 193 – personeel gemeente en OCMW, art. 239 AGB-personeel, art. 458 – personeel dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen – alle artikelen verwijzen naar het DLB);
  • definitie dagelijks bestuur: niet verplicht te hernemen beslissing (artikel 41 tweede lid, 8°; art. 78 tweede lid, 9° en art. 236, 2° DLB);
  • dagelijks personeelsbeheer: niet verplicht te hernemen beslissing (artikel 57, tweede lid; art. 85 tweede lid; art. 236 1°; art. 404 §2 en art. 458 §1 DLB);
  • vrijstelling visum: niet verplicht te hernemen beslissing (artikel 266 derde en vierde lid DLB);
  • adviesraden moeten alleen hersamengesteld worden n.a.v. de legislatuurwissel als hun statuten dat zo voorzien (geen decretale verplichting).

Voor zover wij weten geldt dit alles onverkort voor de randgemeenten en voor Voeren.

Ook nuttig om te weten of te doen: 

  • Burgerbudgetten vervallen op 1 juli 2019 (art. 304 § 6 DLB);
  • Als voorzitter van de raad of als burgemeester een vervanger aanduiden voor tijdelijke afwezigheden zoals vakantie is aan te raden;
  • Als voorzitter van het bijzonder (onderhandelings)comité en het overlegcomité duidt de burgemeester de (overige leden van de) overheidsdelegatie aan (art. 21 §2 en 42 §2 KB 28 september 1984) om met de vakorganisaties te onderhandelen en te overleggen. De raad of het uitvoerend orgaan is hier dus niet bevoegd. De burgemeester is sinds 2019 voorzitter én ondervoorzitter van het bijzonder (onderhandelings)comité. Enkel in de zes randgemeenten rond Brussel en in Voeren is de OCMW-voorzitter (uitvoerend mandataris) de ondervoorzitter van het bijzonder (onderhandelings)comité (dus de 'oude' regeling).  

Vragen hierover zijn welkom via info@vvsg.be.

Marijke De Lange