Bestek

De behoefte van een aanbestedende overheid aan een bepaald product, een bepaalde dienstverlening of een bouwkundig of civieltechnisch werk zal veelal de basis vormen voor de (latere) opstart van een gunningsprocedure voor de plaatsing van een overheidsopdracht. In het bestek zal de aanbestedende overheid haar behoefte vertalen in een vraag aan de markt.

De wetgever spreekt niet langer van bestek maar wel van het (ruimere begrip) opdrachtdocumenten. In artikel 2, 43° van de Overheidsopdrachtenwet wordt dit begrip voortaan als volgt omschreven:

“alle documenten die op de opdracht toepasselijk zijn en die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld. In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van een opdracht, de vooraankondiging van de opdracht of de periodieke indicatieve aankondiging, wanneer deze gebruikt wordt als oproep tot mededinging, het bestek of elk ander beschrijvend document omvattende met name de technische specificaties en de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten. Bij een prijsvraag worden deze documenten prijsvraagdocumenten genoemd.”

In de opdrachtdocumenten worden de administratieve en technische bepalingen vermeld.

De verplichte publicatie van de opdracht met bestek via e-notification is verplicht vanaf

-30 juni 2016 voor aankoopcentrales vanaf de Europese bekendmakingsdrempels;

-10 oktober 2018 voor opdrachten vanaf de Europese bekendmakingsdrempels;

-1 januari 2020 voor opdrachten onder de Europese bekendmakingsdrempels.

Offerte

 

De offerte is de verbintenis van de inschrijver om de opdracht uit te voeren op grond van de opdrachtdocumenten en tegen de voorwaarden die hij biedt (zie art. 2, 15°, wet van 2016). Enkel voor de openbare en niet-openbare procedure regelt de wet de inhoud van de offerte.

Het elektronisch indienen van offertes via e-tendering is verplicht vanaf

-30 juni 2016 voor aankoopcentrales vanaf de Europese bekendmakingsdrempels;

-10 oktober 2018 voor opdrachten vanaf de Europese bekendmakingsdrempels;

-1 januari 2020 voor opdrachten onder de Europese bekendmakingsdrempels.

Gunning en sluiting

De aanbestedende overheid baseert ingevolge artikel 81 van de Overheidsopdrachtenwet, de gunning van de opdracht op de economisch meest voordelige offerte zoals bepaald in de aankondiging of een ander opdrachtdocument.
De economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid moet daarbij zoals bekend naar keuze, vastgesteld worden :
1° op basis van de prijs;
2° op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten.[1]
3° rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht.

[1] Zie verder ook artikel 82 Overheidsopdrachtenwet

Een opdracht is pas gesloten wanneer de aanbestedende overheid binnen de verbintenistermijn aan de gekozen inschrijver, de opdrachtnemer, de goedkeuring van zijn offerte heeft betekend. De verbintenistermijn is de termijn waarbinnen de inschrijver gebonden is door zijn offerte, namelijk 90 kalenderdagen, tenzij de opdrachtdocumenten een andere termijn vaststellen. Vóór het verstrijken van de verbintenistermijn kan de aanbestedende overheid aan de inschrijvers een vrijwillige verlenging van deze termijn vragen.[1] De verbintenistermijn wordt geschorst indien er na de informatie over de gunningsbeslissing een wachttermijn toepasselijk is.

De schorsing eindigt:

– als er geen schorsingsvordering is ingediend binnen de wachttermijn, na verloop van deze termijn;

– als er wel een schorsingsvordering is ingediend binnen de wachttermijn, na uitspraak van de verhaalinstantie over deze vordering;

– in ieder geval 45 dagen na de informatie over de gunningsbeslissing.[2]

[1] Art. 58 KB Plaatsing. De inschrijvers blijven verbonden door hun offerte, zoals eventueel verbeterd door de aanbestedende overheid, gedurende negentig dagen te rekenen vanaf de uiterste datum voor ontvangst. De opdrachtdocumenten kunnen een afwijkende termijn voorschrijven.

Vóór het verstrijken van de verbintenistermijn kan de aanbestedende overheid aan de inschrijvers een vrijwillige verlenging van deze termijn vragen, onverminderd de toepassing van artikel 89 in geval de inschrijvers niet op dat verzoek ingaan.

Onderhavig artikel is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

[2]Cf. artikel 8, § 2, tweede lid van de wet van 17 juni 2013, BS 21 juni 2013.